De huisvesting van kleine siervogels zoals kwartels, patrijzen en oorspronkelijke duiven

19-08-2026

Siervogels hebben we in alle maten, van pauwen en kalkoenen tot Chinese dwergkwartels en van alles daartussenin. Het is dus normaal dat de huisvesting van deze soorten ook verschilt. We hebben het deze keer over de kleine soorten, nl. kwartels, patrijzen frankolijnen en oorspronkelijke duiven waaronder de lachduiven. Hierbij maakt het ook nog verschil of we deze soorten apart willen huisvesten, of dat we bepaalde soorten willen combineren. Onder andere oorspronkelijke duiven in combinatie met grondkwartels kan goed. Men zal in dat geval de grote van de volière moeten aanpassen aan die van de duiven. Dan zal men hiervoor aansluitend ook voor een binnenhok moeten zorgen. Afhankelijk van hoeveel vogels, die men erin wil houden zal ook de afmeting van de volière moeten zijn. Een afmeting van 2 x 2 meter is wel voldoende voor een koppel. Als hier nog een binnenhok van 1 x 1m aangekoppeld is heeft men een goed gangbare ruimte. Voor het binnenhok is het belangrijk dat dit vocht en tochtvrij is. De buiten volière zal men in veel gevallen overdekken met doorzichtige golfplaten. Dit heeft de volgende voordelen: deze kleine siervogels hebben een hekel aan vocht, er kan dan geen vogelpoep van buiten erin vallen, dit voorkomt ziekte besmettingen. Een derde belangrijk ding is dat een roofvogel, bijvoorbeeld een sperwer niet door een net een duif kan pakken. Uit ervaring weet ik dat de duiven opvliegen als ze schrikken van een sperwer waarna hij ze door het net de kop te pakken krijgt. Toch moet men onder zo'n dak ook nog een fijnmazig net spannen, een 10-tal cm onder de platen. Dit om bij ineens opvliegen te voorkomen dat ze zich te pletter vliegen. Ook als men de bovenzijde van gaas heeft gemaakt moet men deze bescherming aan brengen. Dit geldt ook voor het binnenhok. 


Belangrijk is ook dat men een ruime beplanting aanbrengt zodat er vluchtmogelijkheden zijn, voor de vrouwtjes als de mannetjes te agressief zijn, vooral in het broedseizoen. Daarvoor dient men buiten en binnen ook nog voor andere schuilgelegenheden te zorgen. In de vorm van schuin geplaatste schotjes op kistjes met een ingang. Denk er ook aan om voor voldoende zitstokken te zorgen. Voor alleen kleine hoenderachtigen is niet persé een buiten volière nodig en is een binnenhok voldoende. Voor bijvoorbeeld Chinese dwergkwartels of Japanse kwartels kunnen ook ruime kisthokken volstaan. Denk daarbij ook aan een beschermende bovenkant. Ze kunnen namelijk recht omhoog springen, en daarbij zich ernstig beschadigen. Voor boomkwartels of kuifkwartels dient men echter grotere hokken te hebben. Als men meerdere volières naast elkaar kan maken is het handig als men achter de binnenhokken een gang maakt. Dat is handig bij de verzorging, en als er soorten zijn die vorstvrij gehouden moeten worden, kan men met een apparaat in die gang meerdere hokken verwarmen. Als bodembedekking zijn er veel mogelijkheden. Zand is een van mogelijkheden, vogels nemen graag een zandbad en houden van droogte. Maar met kuikens moet men hierbij opletten. Deze hebben de neiging om zand op te pikken. Als ze dat te veel doen hebben ze meer kans op ontsteking van de maagwand. Houtkrullen, gehakseld koolzaadstro, of hennepstro zijn ook geschikt. Mij zijn de kleinste maat beukenhoutsnippers altijd het beste bevallen. Deze geven het minste stof. Maar men kan eerst het een of ander uitproberen. Als men handig is kan men deze gemakkelijk zelf maken, maar er zijn ook veel bedrijven die ze in prachtige uitvoeringen voor u maken.

Toon Selten

Share